Oefentoets De sportwereld voor het hbo

Soort toets:stellingen met keuze voor ja of nee 
Totaal aantal items:30 
   
Items per hoofdstuk:  
Hoofdstuk 1Wat is sport?4
Hoofdstuk 2Geschiedenis van de moderne sport4
Hoofdstuk 3Sport en ethiek4
Hoofdstuk 4De Olympische Spelen4
Hoofdstuk 5Bewegen, beweeggedrag en -stimulering4
Hoofdstuk 6Bewegingsonderwijs4

StellingJuistOnjuist
Het ‘dubbelkarakter van sport’ betekent: topsport en breedtesport
Competitie is een kenmerk dat hoort bij wat wordt genoemd ‘de harde kern van sport’
Voorbeeld van intrinsiek doel van sport: geld verdienen met sport.
Sport als spel - in de zin van game - betreft een speelse houding.
Een voorbeeld van een intrinsiek motief om aan sporten te doen is: statusverwerving.
Twee landen kunnen worden gezien als de bakermat van de moderne sport: de Verenigde Staten van Amerika en Duitsland.
In de beginfase werd het voetbal in Nederland vooral beoefend door rijkeluiszoontjes.
Na de Tweede wereldoorlog werden de levensbeschouwelijk sportkoepels in ere hersteld.
Fitness was in haar aanvangsfase in de USA en in Nederland vooral een activiteit van de lagere sociale klassen.
De tweede loopgolf speelde in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog.
Ethiek gaat over mooi en lelijk.
Een voorbeeld van een gevolgenethische uitspraak: “Dopinggebruik in de sport is in strijd met het beginsel van eerlijkheid.”
Het Olympisch amateurideaal van Pierre de Coubertin stond ver af van de manier waarop door de oude Grieken sport werd bedreven.
Formele Fair Play betekent dat de sporters zich moeten houden aan de geschreven regels van de sport.
Paternalisme is het principe dat sporters zelf over hun gezondheid moeten kunnen beslissen.
De klassieke Olympische Spelen hielden stand tot de eeuw waarin Jezus leefde.
Een aantal van de eerste moderne Olympische Spelen stond organisatorisch niet op zich zelf.
De Olympische vlag bevat vijf gekleurde ringen die verwijzen naar de kleuren van de vijf Griekse stadsstaten waar de Spelen werden gehouden in de oudheid.
De ‘bijna-dood ervaring’ van de Olympische Spelen in de periode van 1968 tot 1988 had te maken met de gebrekkig financiële middelen van het IOC.
Het legacy-vraagstuk rond de Olympische Spelen betreft de veiligheid van de Spelen.
Bij bewegen in de context van beweeg- en sportorganisaties gaat het om bewegen met een a-sportief doel.
Fysical Literacy heeft ook te maken met zelfvertrouwen.
Sedentaire leefstijl: leefstijl met veel energieverbruik door mensen.
Mensen met een hoge opleiding voldoen verhoudingsgewijs meer aan de beweegnormen dan mensen met een lage opleiding.
Het project Sportimpuls is een project van he NOC*NSF.
Een belangrijk doel van de Oostenrijkse School in het bewegingsonderwijs was de ontwikkeling van de persoonlijkheid van de leerling door zelfwerkzaamheid.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam het in het gymnastiekonderwijs meer aandacht voor het Duitse turnen.
De vaknaam ‘Lichamelijke Oefening’ past heel goed bij de vormingsopvatting in het bewegingsonderwijs.
Morele en sociale bekwaamheid bij bewegingsonderwijs betreft de bekwaamheid om te kunnen bewegen.
De Koninklijke Vereniging leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO) is een belangenorganisatie voor docenten Lichamelijke Opvoeding en combinatiefunctionarissen onderwijs en sport.